Kort antwoord: let op vier dingen. Keutels van anderhalve tot twee centimeter met stompe uiteinden, donkere vettige veegsporen langs muren en plinten, knaagsporen met groeven van een paar millimeter breed, en harde loopgeluiden ‘s nachts in de spouw of boven het plafond. Ratten zelf ziet u zelden, hun sporen wel.
De keutels
Het duidelijkste bewijs. Anderhalf tot twee centimeter lang, zo dik als een olijfpit, donker, met stompe in plaats van puntige uiteinden. Dat laatste onderscheidt ze van muizenkeutels, die drie tot zes millimeter zijn en spits.
Ratten laten ze achter op vaste plekken, meestal in hoopjes van enkele stuks, niet verspreid over de hele looproute zoals muizen doen.
Verse keutels zijn glanzend, donker en nog zacht. Oude zijn grijzig, dof en verkruimelen. Zo weet u of het nog actief is. Raak ze niet met blote handen aan: rattenurine en -uitwerpselen kunnen de ziekte van Weil overbrengen.
Veegsporen
Ratten hebben een slecht gezichtsvermogen en lopen daarom langs vaste routes, met hun flank tegen de muur. Het vet en vuil uit hun vacht laat daar een donkere, glanzende veeg achter, op vijf tot tien centimeter hoogte langs plinten, balken, leidingen en door gaten heen.
Een gat met een donkere rand eromheen is een gat dat in gebruik is. Dat is een van de nuttigste dingen die u kunt vinden, want het vertelt precies waar ze binnenkomen.
Knaagsporen
Ratten moeten knagen omdat hun snijtanden blijven doorgroeien. U ziet parallelle groeven van een paar millimeter breed, in hout, in plastic leidingen, in isolatiemateriaal en in kabels.
Vers knaagwerk is licht van kleur, ouder knaagwerk is donkerder en stoffig. Knaagsporen aan elektriciteitskabels zijn een reden om er niet mee te wachten: dat is een brandrisico.
Geluid
Ratten zijn ‘s nachts actief. Wat u hoort is zwaarder dan bij muizen: geen fijn geritsel maar duidelijke loopgeluiden, geslepen geknaag en soms gesleep van nestmateriaal. Meestal in de spouw, onder de vloer of boven een verlaagd plafond.
Een rat weegt tweehonderd tot vijfhonderd gram, en dat hoort u.
Waar u moet kijken
Ratten houden zich overdag verborgen in donkere, beschutte ruimtes. Kijk in de kruipruimte, achter in de schuur, in de garage, in het tuinhuis, achter de composthoop en onder een houtstapel.
Buiten: langs de schutting, langs de fundering, onder het terras en bij de kliko. Let op holen in de grond van vijf tot acht centimeter doorsnee, vaak tegen een muur of onder struiken, met een glad ingelopen ingang.
Binnen: onder het aanrechtkastje, achter de wasmachine, rond de rioolstandleiding en in de meterkast.
Waar ze binnenkomen
Bij ratten is het antwoord vaak het riool. Een defecte of verzakte aansluiting, of een oude afgedopte leiding die niet goed is afgesloten, geeft ze een route omhoog naar uw toilet, uw kruipruimte of uw tuin.
Verder: gaten in de gevel op maaiveldhoogte, een kapot rooster van de kruipruimte, en de doorvoer van de rioolbuis door de fundering. Een rat heeft ongeveer twee centimeter nodig en kan uitstekend klimmen en zwemmen.
Wat u doet als u dit vindt
Ruim voedselbronnen op: kliko dicht, vogelvoer weg, diervoer binnen, valfruit uit de tuin.
Ga niet zelf gif strooien. Los gif in de tuin is een risico voor huisdieren, kinderen en roofvogels, en de rat sterft vaak op een plek waar u niet bij kunt.
Ziet u ratten buiten in de openbare ruimte, dus in het park, langs de sloot of op straat, meld dat dan bij uw gemeente. Die is daar verantwoordelijk en de melding is gratis. Op uw eigen terrein is het aan u of aan uw verhuurder.
Bel ons als u sporen vindt: 06 42 50 32 64. Hoe eerder, hoe kleiner de populatie.
Zie ook: Wat is het verschil tussen muizen en ratten? en Ratten bestrijden. Ratten bij een bedrijf of gemeentelijk pand? Zie ongediertebestrijding voor bedrijven en voor gemeenten.
Liever meteen iemand spreken?
Bel of app een foto, dan kijken wij mee.